< < Jaarbericht 2010
plaatje - jaarbericht

Jaarbericht 2010

Ieder jaar heeft een verhaal. Of eigenlijk is ieder jaar een bundel met meerdere verhalen. Een jaarbericht is een mooie aanleiding om die verhalen op te schrijven.

Justitie is in 2010 nog geen platgetreden gebied. Er is in nauwe samenwerking met collega-organisaties gekeken naar doorontwikkeling op vele terreinen, met als speerpunt de versterking van executie. Er zijn belangrijke stappen gezet.

Daarnaast is er veel gebeurd op het gebied van Rijksincasso. 2010 is een jaar van verkenning en onderzoek geweest met als resultaat dat het CJIB zich daadwerkelijk gaat doorontwikkelen tot Rijksincassobureau.

En dan zijn er natuurlijk nog de cijfers, die het meest concreet aangeven welke resultaten we hebben neergezet. Dit is ons gewone werk, het hart van het CJIB, waaromheen alles draait.

plaatje - missie

Missie

Het CJIB is een publieke dienst die alleen voor of in opdracht van de overheid werkt, met een aangewezen taak in het domein van inning, incasso, executie en informatielogistiek, ten behoeve van het uitvoeren van overheidsbrede wet- en regelgeving.

plaatje - visie

Visie

  • Het CJIB is een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en staat voor een coördinerende rol binnen de justitieketen voor het ten uitvoerleggen en coördineren van opgelegde straffen, administratieve sancties en maatregelen. Als onderdeel van de justitieketen stemt het CJIB af en werkt samen met zijn partners.
  • Het CJIB fungeert als het betrouwbare incasserende gezicht van de overheid en draag zo bij aan een veilige samenleving en handhaving van wet- en regelgeving. Voorwaarde bij de uitoefening van zijn taken is voor het CJIB de inzet van (wettelijke) dwangmiddelen.
  • Het CJIB treedt niet buiten het overheidsdomein. Het CJIB streeft er naar om met gebruikmaking van wet- en regelgeving de effectiviteit van overheidsincasso te versterken, met behoud van zijn bewezen staat van dienst als zorgvuldige, rechtvaardige, effectieve en efficiënte incasserende uitvoeringsorganisatie.
  • Het CJIB stelt informatie en kennis in de vorm van beleids-, management- en sturingsinformatie beschikbaar aan relevante onderdelen van de overheid.
  • Het CJIB verstrekt persoonsgerichte informatie aan ketenpartners ter vergroting van de effectiviteit in de justitieketen.
  • Het CJIB streeft er naar om de effectiviteit en efficiency van de door hem uitgevoerde taken te versterken door daar waar nodig wet- en regelgeving aan te laten passen.
  • Het CJIB werkt voortdurend aan het verbeteren van zijn producten en de verbetering van de samenwerking met zijn partners om tot een optimale dienstverlening te komen en is ten behoeve van opdrachtgevers en partners nationaal en internationaal pro-actief in marktverbreding en verdieping.
  • Het CJIB wil door de burgers worden ervaren als een zorgvuldige en klantgerichte organisatie, met een transparante informatievoorziening over resultaten en kosten.
  • Mensen maken het verschil. Het CJIB geeft medewerkers de ruimte om hun gehele persoonlijkheid in te zetten, zodat gesproken kan worden van human resource naar human talent. De medewerkers zijn zich bewust van hun invloed op zichzelf en hun omgeving. Doordat medewerkers in zichzelf investeren, wordt zowel de mens als de organisatie effectiever en flexibeler. Dit leidt tot meer verantwoordelijkheidsgevoel, resultaatgerichtheid en plezier in het werk.
  • Het CJIB wil van betekenis zijn voor Noord-Nederland door een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de stad Leeuwarden, de noordelijke regio in het algemeen en de werkgelegenheid in het bijzonder.
plaatje - organogram

Het CJIB is onderdeel van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en valt onder het Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving (DGRR). Het Openbaar Ministerie is de belangrijkste opdrachtgever van het CJIB. Het CJIB heeft een Beheer Adviesraad. De Beheer Adviesraad telt vijf leden: de heer mr. J. van der Vlist, Directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving (voorzitter), de heer mr. H.J. Moraal, Procureur-generaal belast met de portefeuille executie en drie leden van buitenaf met

ruime ervaring binnen en buiten de overheid, de heer mr. A. Wolfsen, burgemeester van de gemeente Utrecht, mevrouw M. Verhoef, directie Raad van Bestuur Spirit en mevrouw drs. M. ten Kroode, Raad van Bestuur Rivierduinen.


plaatje - justitie

Justitie

Alweer twintig jaar geleden is het CJIB opgericht om verkeersboetes centraal te innen. Het is daarmee ook de bekendste taak. In de loop van de tijd is het CJIB -in opdracht van het Openbaar Ministerie- steeds meer justitietaken gaan uitvoeren.

Voorbeelden zijn het innen van door de rechter opgelegde boetes, schadevergoedingsmaatregelen en ontnemeningsmaatregelen. Verder hoort bij het takenpakket de coördinatie van vrijheidsbenemende en

beperkende straffen. Het CJIB levert bovendien een bijdrage aan de coordinatie van de Voorwaardelijke Invrijheidstelling en de ondersteuning van toezicht in het kader van Justitiële Voorwaarden. Al met al een breed takenpakket met een scherpe focus op het leveren van een bijdrage aan een veiligere samenleving en het uitvoering geven aan wet- en regelgeving.

In dit deel vindt u de belangrijkste ontwikkelingen van het CJIB in het justitiedomein. Aanvullende cijfers vindt u in de cijferparagraaf

plaatje - afdoening

OM-Afdoening verder uitgerold

De wet OM-afdoening is in 2010 in een nieuwe fase gekomen. In 2008 werd al gestart met de 8WvW-zaken, rijden onder invloed van alcohol. In 2009 stapten de vier grote gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag over op de bestuurlijke strafbeschikking voor overlastfeiten. In 2010 zijn 156 andere gemeenten in Nederland aangesloten op de strafbeschikking. Net als de G4 in 2009 leveren deze gemeenten rechtstreeks zaken aan bij het CJIB. Het CJIB heeft zich in 2010 ingezet om een goede relatie met

gemeenten op te bouwen. Verder is het afgelopen jaar de OM-Afdoening uitgebreid voor de p-feiten, hiermee is de politiestrafbeschikking een feit. De invoering van de OM-afdoening biedt voor de gehele justitieketen tal van voordelen. Het proces verloopt bijvoorbeeld efficienter en omdat er minder zaken bij de rechter komen wordt het rechtsysteem minder zwaar belast.

Volop aandacht voor samenwerken

Voor de ontwikkeling van de OM-Afdoening is een goede samenwerking tussen alle

ketenpartners noodzakelijk. Het CJIB heeft daarom een actieve rol gespeeld, onder andere in het landelijk programmateam en in het investeren in contacten met de politie en het OM. Ook is er geïnvesteerd in het opbouwen van een goede relatie met gemeentens.

De eerste stap hierin was het voorlichten van gemeenten over de wijze van aanleveren. Gemeenten die rechtstreeks zaken aanleveren aan het CJIB kunnen rekenen op ondersteuning van de Invoer Unit. Medewerkers beantwoorden vragen van gemeenten en de accountmanager

overlegt met gemeenten over de stand van zaken. Op het Infoweb Bestuursorganen, een afgeschermde omgeving van www.cjib.nl, hebben gemeenten toegang tot gespecificeerde informatie zoals werkinstructies, managementrapporten en een actuele versie van het afgesloten convenant. Het CJIB kan met het Infoweb op efficiente wijze met een grote groep partners communiceren en gemeenten kunnen er op elk moment de gewenste informatie raadplegen.

Meer strafbeschikkingen

Na de start van de OM-Afdoening

in 2008 zijn naast het Openbaar Ministerie ook de politie en gemeenten met de strafbeschikking gaan werken. Voor een aantal zaken ontvangt een bestrafte een strafbeschikking in plaats van een transactievoorstel. Het OM geeft een beschikking voor het rijden onder invloed van alcohol, overlastfeiten worden door gemeentes afgedaan met een bestuurlijke strafbeschikking en politieagenten kunnen voor de zogenaamde P-feiten een strafbeschikking aankondigen aan de bestrafte, de zogenaamde politie strafbeschikking. Het gevolg van deze andere manier van werken is dat de

CJIB-medewerkers van de afdeling OM-Afdoening en Transacties in 2010 te maken kregen met een stijging van het aantal zaken ten opzichte van 2009. Het systeem waar de strafbeschikkingen in verwerkt worden, het Executie Informatie Systeem, is in 2010 doorontwikkeld naar een nieuwe versie.

plaatje - voorschotregeling slachtoffers

Versterking positie slachtoffer in het strafproces

Op 15 december 2009 heeft de Eerste Kamer de wet 'Versterking positie slachtoffers in het strafproces' aangenomen. Deze wet - die met ingang van 1 januari 2011 in werking is getreden - geeft slachtoffers een betere rechtspositie in het strafproces. Onderdeel van deze wet is de voorschotregeling, waarmee slachtoffers in aanmerking kunnen komen voor een uitkering uit het voorschotfonds. De voorschotregeling is vooralsnog bedoeld voor slachtoffers van

gewelds- en zedenmisdrijven, die door de rechter een schadevergoedingsmaatregel toegewezen hebben gekregen.

Onherroepelijk

Als de veroordeelde acht maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis nog niet (volledig) aan zijn betalingsplicht heeft voldaan, dan ontvangt het slachtoffer het (resterende) bedrag uit het voorschotfonds. De betalingsverplichting van de veroordeelde komt hiermee niet te vervallen. Het CJIB int het bedrag alsnog van de dader.

plaatje - toezichtzaken

Zicht op toezicht

Onderzoek van de Inspectie voor de Sanctietoepassing heeft in 2006 aangetoond dat het reclasseringstoezicht op het naleven van bijzondere voorwaarden niet voldoende is geborgd. Naar aanleiding van een aantal hieraan gerelateerde incidenten heeft de toenmalige Minister van Justitie maatregelen toegezegd. Deze maatregelen vloeien voort uit het departementale programma Justitiële Voorwaarden. Een daarvan is het beter borgen van de start van een toezicht door de reclasseringsorganisaties en het bewaken van de voortgang ervan.

Het routeren van toezichtzaken via het CJIB maakt dat mogelijk; het regelen van de administratieve logistiek met betrekking tot toezichtzaken is daarom als nieuwe taak bij het CJIB ondergebracht.

In 2010 is gestart met de landelijke uitrol van toezicht via het CJIB en routeert, coördineert en bewaakt het CJIB de toezichtzaken van bijna alle parketten in Nederland.

plaatje - opsporingsregister

Ontraceerbare veroordeelden

In 2010 heeft de unit OM Executie van het CJIB input geleverd aan het programma Versterken Executie Strafvonnissen. Dit departementale programma houdt zich bezig met het nemen van maatregelen om het aantal ontraceerbare veroordeelden in het landelijke opsporingsregister (OPS) van politie aan te pakken. Deze veroordeelden zijn gesignaleerd in OPS omdat ze op de ene of andere manier onvindbaar zijn. De unit OM Executie draagt naast de uitvoering van de reguliere taken actief bij aan deze maatregelen

door bijvoorbeeld het inbrengen van kennis over het proces rondom ontraceerbare veroordeelden. Ook is in 2010 het Meldpunt DV&O (Dienst Vervoer & Ondersteuning) van start gegaan. Daarmee coördineert het CJIB de afstemming van vraag en aanbod van extra uren voor politie-inzet op de executie van strafvonnissen. Tevens is het interne werkproces dat een relatie heeft met OPS verder geoptimaliseerd. Het CJIB zal zich ook in 2011 blijven inzetten om het aantal ontraceerbare veroordeelden in het OPS te verkleinen.

plaatje - internationaal

De inning houdt niet op bij de grens

Nederland vormt voor het CJIB niet de grens voor het versturen van aanschrijvingen. De justitiële taak die het CJIB vervult, heeft een Europese dimensie. Het CJIB is de Centrale Autoriteit in Nederland voor Europees Geldelijke Sancties en confiscatie en wisselt zaken uit met EU-landen. Om de Europese partners te leren kennen waar het CJIB zaken mee gaat doen of al doet, zijn er in 2010 activiteiten ontplooid om internationale contacten op te bouwen en te onderhouden. Door een nieuwe versie van een ICT-systeem dat

live is gegaan, komen naast de strafrechtboetes ook Wahv-beschikkingen van buitenlanders na de tweede aanmaning niet langer in het Opsporingsregister terecht, maar worden ze via het nieuwe ICT-systeem overgedragen aan het betreffende EU-land. Dit betekent dat het CJIB vooral veel zaken kan overdragen aan buurland Duitsland. Het CJIB heeft haar expertise op het gebied van inning en incasso ook in 2010 gedeeld met buitenlandse autoriteiten uit zowel binnen als buiten Europa.

plaatje - betalingsregelingenbeleid

Nieuw beleid betalingsregelingen

De wettelijke termijn van 27 maanden die geldt als termijn waarbinnen een vordering moet zijn voldaan, is komen te vervallen. Dit is een gevolg van de nieuwe wet versterken van de positie van het slachtoffer in het strafproces die per 1 januari 2011 in werking is getreden. Vooruitlopend hierop heeft het CJIB het betalingsregelingenbeleid in 2010 aangepast. De uitgangspunten zijn echter gelijk gebleven: in principe is een betalingsregeling niet mogelijk, tenzij hiervoorbijzondere omstandigheden zijn. De looptijd

van de regeling is altijd zo kort mogelijk, niet langer dan 12 maanden en in bijzondere gevallen maximaal 36 maanden. En vanzelfsprekend moet de regeling leiden tot volledige betaling. Het nieuwe betalingsregelingenbeleid biedt bovendien mogelijkheden om maatwerk te leveren in uitzonderingsgevallen waarbij sprake is van schrijnende situaties. In het toewijzen van een betalingsregeling blijft het CJIB strikte regels hanteren.


plaatje - rijksincasso

Rijksincasso

Vanuit de expertise op het gebied van inning en incasso is de dienstverlening van het CJIB verder uitgebreid.

Bundelen van krachten

Inmiddels is veel ervaring opgedaan met partners buiten justitie. Het CJIB gaat zich doorontwikkelen tot de dienstverlener op het gebied van inning en incasso voor de rijksoverheid. Kernwoorden hierbij zijn beheerst en beheersbaar.

Het centraliseren van inning en incasso wordt gezien als een mogelijkheid om bij te dragen aan een kleinere en betere overheid. Hieraan is sinds 2007 rijksbreed gewerkt binnen het Programma Vernieuwing Rijksdienst. Het CJIB denkt mee over de effecten van samenwerking en centralisatie en de toegevoegde waarde van het CJIB. Naar verwachting wordt sterk gewonnen aan kwaliteit van dienstverlening aan de burger door het innings- en incassoproces centraal en persoonsgericht in te richten. Effectief en efficiënt.

plaatje - onderzoek

Centralisatie van inning en incasso

Het CJIB heeft in 2010 geparticipeerd in een interdepartementale werkgroep die de voordelen en besparingsmogelijkheden van centralisatie van inning en incasso nader heeft onderzocht. Het onderzoek is gebaseerd op de visie op rijksincasso.

Drie analyses

Er zijn drie analyses uitgevoerd. Een kwantitatieve analyse van de omvang van de vorderingen, een kwalitatieve analyse van de

impact op de rijksorganisaties en een maatschappelijke impactanalyse om de gevolgen voor burgers en bedrijven in beeld te brengen. De conclusie is dat centralisatie van inning- en incassotaken rijksbreed een wenkend perspectief biedt.

De uitkomsten van het onderzoek hebben in december 2010 geresulteerd in de opdracht van de ministerraad tot doorontwikkeling van het CJIB als centrale dienstverlener voor inning en incasso.

plaatje - visie

Voordelen en besparingen

Burgers en bedrijven komen bij het betalen van overheidsvorderingen in aanraking met een groot aantal rijksoverheidsorganisaties. Dat moet slimmer en beter kunnen.

Door als rijksoverheid te zorgen voor een aanspreekpunt voor burgers en bedrijven en te komen tot een gemeenschappelijk kader van wet- en regelgeving op het terrein van inning en incasso.

De visie op rijksincasso gaat uit van rijksbrede centralisatie van

inning- en incassotaken en een persoonsgerichte benadering. Hierbij worden vier doelgroepen overheidsdebiteuren onderscheiden waarvoor verschillende strategieën effectief en efficiënt kunnen worden ingezet. Dit levert voordelen op drie gebieden:

  1. Kwaliteit - Een betere dienstverlening door de rijksoverheid aan de burger, eenduidig en persoonsgericht.
  1. Efficiency Synergie door bundeling van incassoactiviteiten: een efficiëntere organisatie van de rijksdienst.
  2. Effectiviteit - Door incasso te organiseren op betalingsgedrag van de debiteur kan met meer resultaat worden geïnd.
plaatje - overheidsdebiteuren

Vissen in dezelfde vijver

Vele overheidsorganisaties hebben te maken met (terug)vorderingen op burgers en instellingen. Een deel van die vorderingen blijkt moeilijk te innen.

De CBS Marktmonitor laat bijvoorbeeld een groeiend aantal wanbetalers in de zorg zien. Dit riep bij het CJIB de vraag op of de verschillende overheidsinstellingen wellicht met dezelfde personen te maken hebben als het gaat om moeilijk te innen overheidsvorderingen. Om dit in beeld te krijgen en na te gaan of er op dit gebied kan worden

samengewerkt, is in 2010 een aantal werkconferenties georganiseerd.

Samenwerking

De betrokken overheidspartijen zien een meerwaarde in onderlinge samenwerking. Belangrijkste doelen zijn kostenbesparing voor de overheid en burger en het terugdringen van problematische schulden. Ideeën om dit te realiseren zijn het delen van gegevens over moeilijke overheidsdebiteuren en het inzetten van gezamenlijke deurwaarders. Deze mogelijkheden worden verder onderzocht en meegenomen in de

ontwikkeling van rijksincasso.

plaatje - efficiente bedrijfsvoering

Intensievere samenwerking Leeuwarden en Groningen

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) gaat het printwerk doen voor het CJIB. De beschikkingen zullen met ingang van december 2011 vanuit Groningen worden verstuurd. Het CJIB heeft de opdracht gegeven aan deze collega-overheidsinstelling omdat zij het werk voordelig, kwalitatief goed en flexibel kan uitvoeren. De twee Noordelijke uitvoeringsorganisaties van het Rijk laten hiermee zien dat zij samenwerkingsmogelijkheden binnen de overheid benutten om efficiënter te werken. Het contract met de huidige leverancier loopt

af op 30 november 2011. In de voorbereiding op een nieuw inkoopproces is de mogelijkheid onderzocht het werk in te besteden. Verschillende overheidspartijen zijn geconsulteerd. In deze consultatieronde is DUO als beste uit de bus gekomen. Daarop heeft het CJIB besloten de printwerkzaamheden in te besteden bij deze organisatie. Niet alleen is DUO voordeliger, het CJIB verwacht ook dat DUO kwalitatief goed werk levert en flexibel kan inspelen op de behoefte van het CJIB.

plaatje - kilometerbeprijzing

Kilometerbeprijzing (KMP)

Het CJIB heeft vanaf 2006 een bijdrage geleverd aan het project Anders Betalen voor Mobiliteit. Nadat op 20 februari 2010 het kabinet is gevallen, heeft de Tweede Kamer op 11 maart het wetsvoorstel Kilometerprijs controversieel verklaard. Het huidige parlement heeft besloten het wetsvoorstel niet te behandelen. Daarmee is de invoering van de kilometerprijs van de baan.

De omvang, complexiteit en-, de politieke en maatschappelijke betrokkenheid maakten KMP tot een uniek en leerzaam project. In

de afrondende fase heeft het CJIB een digitaal archief ingericht en de ervaringen beschreven in het rapport Anders Betalen Voor Mobiliteit (ABvM), zo hebben wij het beleefd. Op die manier zijn kennis en ervaring geborgd voor toekomstige projecten. Hierna zijn de units Overheid Incasso en Kilometerbeprijzing samengegaan. Na een korte periode van reorganisatie hebben de medewerkers weer een plek gevonden bij het CJIB om de opgedane ervaringen in te zetten voor tal van projecten.


plaatje - medewerkers

Medewerkers

Mensen maken het verschil. Het CJIB geeft elke medewerker de ruimte om het beste uit zichzelf te halen en te ontdekken waar zijn of haar kwaliteiten liggen.

Beweging komt uit jezelf

Medewerkers zijn zich bewust van hun invloed op zichzelf en hun omgeving. Doordat medewerkers in zichzelf investeren, wordt zowel de mens als de organisatie effectiever en flexibeler. Dit leidt tot meer verantwoordelijkheidsgevoel, resultaatgerichtheid en plezier in

het werk. Een verschuiving van human resource naar human talent. Om deze ontwikkeling kracht bij te zetten heeft bijna de hele organisatie de workshop Mensenwerk gevolgd, gebaseerd op de zeven eigenschappen van effectief leiderschap van Stephen R. Covey. Het CJIB vraagt veel van de medewerkers door de vele ontwikkelingen en de groei in taken en verantwoordelijkheden. Maar er liggen ook veel kansen en dat zit in meer dan de vele opleidingsmogelijkheden.

plaatje - arbeidsmarkt

Loopbaan in eigen hand

De ambities en koers van het CJIB vragen om flexibele en resultaatgerichte medewerkers, die kunnen meebewegen met veranderingen in de omgeving. Mobiliteit en ontwikkeling staan daarom hoog in het vaandel.

Er is veel aandacht voor de interne arbeidsmarkt. Het is voor het CJIB belangrijk om te weten welke interne kwaliteiten en talenten aanwezig zijn. Door dit inzicht kan de juiste persoon op de juiste plek komen. Er wordt eerst gekeken wat het CJIB zelf in huis heeft, voordat er buiten het CJIB op zoek wordt gegaan naar

geschikte mensen.

Om mobiliteit te organiseren, biedt het CJIB haar medewerkers voldoende uitdaging zich te ontwikkelen. Zo zijn er tien interne coaches, voor persoonlijke of teamcoaching. Een digitale tool is het Talentenportaal, dat via het intranet aangeboden wordt. Het bevat informatie en instrumenten zodat medewerkers zelf aan de slag kunnen met hun loopbaan. Zoals in- en externe opleidingen, vacatures, sollicitatietips, loopbaantesten en informatie over coaching.

plaatje - coachpool

Start interne coachpool

In 2010 is de interne coachpool van het CJIB van start gegaan. Tien interne coaches kunnen worden ingezet voor individuele coaching of teamcoaching. Iedereen uit de organisatie kan gebruik maken van de dienstverlening van de coaches.

Deze ontwikkeling sluit aan bij de visie van het CJIB dat mensen het verschil maken en dat er een stap van human resource naar human talent wordt gemaakt. Er wordt ingezet op een koppeling tussen de doelen van de organisatie en de ontwikkeling van de medewerker. Eerder is in dit

kader Mensenwerk van start gegaan, een programma van workshops en maatwerk gebaseerd op de zeven eigenschappen van effectief leiderschap van Stephen Covey.

Ook het talentenportaal en aandacht voor interne mobiliteit dragen bij aan de mogelijkheden voor ontwikkeling van iedere medewerker.

plaatje - reis naar de toekomst

Reis naar de toekomst

In het voorjaar van 2010 heeft het CJIB geëvalueerd of de doelen van de organisatieverandering van 2008 ook behaald waren. Ook besprak het management of die doelen nog in lijn waren met de strategische richting van het CJIB.

Daarbij is gekozen voor een reis als metafoor voor de evaluatie. We zijn in 2008 op reis gegaan, er zijn vele zaken op ons pad gekomen. In 2010 was het tijd om terug te kijken of we nog de juiste bagage in onze rugzak hadden om onze eindbestemming te halen.

De directie ging hiervoor dialogen aan met de managementteams van de units van het CJIB. Het waren open gesprekken waarin verleden, heden en toekomst een plaats kregen. Tijdens een slotmanifestatie op 15 juni werden de thema's uit de dialogen gedeeld en met elkaar verbonden. De resultaten zijn meegenomen in de jaarplannen voor 2011.

plaatje - anders werken

CJIB werkt anders

In 2010 is ongeveer de helft van de CJIB-ers gaan werken volgens het werkplekconcept AndersWerken. Dankzij AndersWerken wordt de beschikbare kantoorruimte beter benut. Ook zijn de werkplekken beter afgestemd op de verschillende werkzaamheden van de medewerkers.

Werkplekken delen

Volgens AndersWerken worden alle werkplekken gedeeld. Gebruikt iemand zijn werkplek langere tijd niet, bijvoorbeeld vanwege een overleg, dan komt deze vrij. Een collega kan dan de

plaats innemen.

Activiteitengericht werken

Volgens AndersWerken zoekt een medewerker steeds een plek die past bij de werkzaamheden die hij verricht. Voor wie bijvoorbeeld in stilte wil werken, zijn er Concentratiewerkplekken. Voor werkzaamheden met een collega, is de Duo-werkplek weer ideaal.

In de tweede helft van 2011 wordt AndersWerken in de rest van de organisatie ingevoerd. Ook in het nieuwe gebouw, dat wordt opgeleverd eind 2011, wordt straks volgens het concept gewerkt.

plaatje - or

Ondernemingsraad van de toekomst

In 2010 is er door de Ondernemingsraad (OR) een voorstel voor een vernieuwde medezeggenschap aan de directie van het CJIB gedaan. In een eerste fase heeft de OR in 2009 meerdere SWOT-analyses gedaan, waaruit de sterke en zwakke punten van de OR naar voren kwamen. Ook is met input van medewerkers richting gegeven aan de OR van de toekomst. Hier is het basismodel uit ontstaan, dat aan de directie is gepresenteerd. De basis voor de nieuwe vorm van medezeggenschap is in 2009

gelegd. In 2010 tijdens de tweede fase zijn verschillende aspecten van het nieuwe model verder uitgewerkt. Een gekozen KernOR, die als opdrachtgever medewerkers in projectvorm vraagt een onderwerp te behandelen. De KernOR kan ook gebruik maken van een klankbordgroep, bestaande uit medewerkers. Het voordeel van het nieuwe model is dat iemand zich voor een korte periode kan binden aan de OR. De verwachting is dat de nieuwe medezeggenschapsvorm in 2011 formaliteit wordt.

plaatje - vertrek

Directeur Reind Loggen vertrokken

Op 1 augustus 2010 begon Reind Loggen aan zijn functie als Directeur Personeel & Organisatie bij het Ministerie van Justitie, toen nog geen Veiligheid en Justitie. Daarmee beëindigde hij zijn vierjarig dienstverband als directeur bij het CJIB.

Reind Loggen heeft met name grote invloed gehad op de vernieuwde organisatie-inrichting, de start en ontwikkeling van Mensenwerk op basis van het gedachtegoed van Stephen Covey, nieuwbouw, anders werken en de reis naar de

toekomst.

Het CJIB nam afscheid van een directeur die anders durfde te denken en te doen; die op brede betrokkenheid en talentontwikkeling heeft ingezet. "Ik ga niet uit van de onmogelijkheden of beperkingen van mensen, maar ik richt me op de mogelijkheden en dat biedt perspectief.", gaf Loggen aan in zijn afscheidsinterview in het personeelsblad.


plaatje - De burger centraal

De burger centraal

Elke burger kan te maken krijgen met de diensten en dienstverlening van het CJIB. Deze dienstverlening speelt zich altijd af binnen een juridische context en een zakelijke omgeving.

In de dienstverlening werkt het CJIB vanuit het rechtsgelijkheidprincipe; iedereen krijgt dezelfde behandeling. Deze behandeling kenmerkt zich door zorgvuldigheid en een principiële aanpak. Juist in deze formele omgeving is het belangrijk kritisch te kijken naar de invulling van de

contactmomenten met de burger. In deze contactmomenten komt het dienstverleningsproces tot uiting. Dit kan op verschillende manieren. De burger kan via de traditionele kanalen zoals post en telefonie, maar ook via de website contact zoeken met het CJIB. Het CJIB wil in elk contact en langs elk kanaal helder en begrijpelijk communiceren. Dit gebeurt vanuit de visie; informeren met respect voor recht en burger. Deze visie is voor elk kanaal van toepassing.

plaatje - onderzoek

In 2010 is de beeldvorming over en de dienstverlening van het CJIB onderzocht. Het onderzoek is uitgevoerd door Ergo: Research Intelligence. Uit het onderzoek blijkt dat mensen de ergernis over een bekeuring niet projecteren op het CJIB. De dienstverlening voldoet aan de verwachtingen. Zakelijk, feitelijk en betrouwbaar. Wel wordt het CJIB gezien als een bureaucratische organisatie.

Om meerdere redenen wil het CJIB zijn digitale dienstverlening verder ontwikkelen. Zo willen we in de toekomst een persoonlijke internetpagina aanbieden waar men de foto van een

verkeersovertreding kan raadplegen en inzicht kan krijgen in de openstaande vorderingen. Dit spreekt vooral de mensen aan die vaker met het CJIB te maken hebben. Men wil hier echter niet extra voor betalen en bovendien wil men nog altijd de post via de traditionele weg ontvangen.

De wens om de dienstverlening verder te digitaliseren en de uiteenlopende behoeften van het publiek, zorgen ervoor dat we structureel een vinger aan de pols gaan houden door middel van klantenonderzoek bij de mensen die met de dienstverlening van het CJIB te maken krijgen.

plaatje - klachten nationale ombudsman

Samen werken aan verbetering

In 2010 ontving De Nationale Ombudsman 209 klachten over het CJIB. Het grootste deel van de klachten betreft de verkeersboetes (Wahv). De Nationale Ombudsman ontving tientallen klachten over de administratiekosten die hiervoor in rekening worden gebracht. Omdat de administratiekosten bij wet geregeld zijn, is de ombudsman niet bevoegd deze klachten in behandeling te nemen.

Drie klachten hebben tot een officieel rapport geleid. In een rapport is de klacht gegrond

verklaard. De klacht betreft een buitengebruikstelling. De aanbeveling om verzoeker financieel te compenseren is opgevolgd.

Samenwerking

Sommige klachten raken meerdere overheidsorganisaties. In 2010 is een start gemaakt met een integrale aanpak van dergelijke klachten voor kentekengerelateerde zaken. Het CJIB werkt samen met de Nationale Ombudsman, RDW, CVOM (Centrale Verwerking Openbaar Ministerie) en Belastingdienst aan concrete oplossingen van individuele zaken.

Clicking moves right

plaatje - ict en digitalisering

ICT & Digitalisering

ICT vormt het fundament van het CJIB. Bij de onderwerpen in dit jaarbericht speelt ICT in veel gevallen een belangrijke rol.

Het lijkt geen hoofdrol, ICT is ondersteunend aan de processen. Maar als de ICT wegvalt, blijft er weinig over van de organisatieresultaten. Ook digitalisering, waar vooral wordt gekeken naar digitale communicatiemogelijkheden met de burger, is ondersteunend aan de lopende ontwikkelingen en processen. Door de

ondersteunende rol van ICT en digitalisering, levert dit thema geen dikke boekwerken op.

Er wordt voor een zo goed mogelijk resultaat stevig doorontwikkeld op basis van een gedegen architectuur steeds in nauwe samenwerking met de gebruikers en beheerders. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. En zo hoort het.

De systemen van het CJIB staan niet op zich. Er bestaan vele koppelingen met ketenpartners. Ketenregie en ketensamenwerking

in een vroegtijdig stadium zijn thema's die steeds meer inhoud en effect krijgen.

plaatje - nieuwe methodiek

ICT Governance binnen het CJIB

Sinds januari 2010 werkt het CJIB met het model ICT Governance. Hiermee kan het CJIB de vele ICT-veranderingen inhoudelijk en planningstechnisch beter besturen. Bovendien kunnen vraag en aanbod optimaal op elkaar worden afgestemd. Het model geeft een eigen kijk op hoe de complexe wereld van informatisering simpeler wordt gemaakt voor een organisatie zoals het CJIB. Bovendien kan worden gestuurd op de veranderingen met de meest toegevoegde waarde voor de organisatie.

Strategische lange termijndoelen worden doorvertaald naar projecten. Per project wordt een business case en projectstart voor de architectuur gemaakt. Hierbij worden de benefits geïdentificeerd/bewaakt en de architecturale oplossingsrichting beschreven. Per fase wordt beoordeeld of projecten door mogen gaan naar de volgende fase.

plaatje - noordertest

CJIB organiseert NoorderTest

Op 23 september 2010 organiseerde het CJIB NoorderTest: een seminar voor softwaretesters van de Noord Nederlandse Overheids Testorganisaties (NNOT). De NNOT is een samenwerkingsverband tussen de testafdelingen van het CJIB, de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de RDW en het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG).

Samenwerking

De samenwerking dient enkele

belangrijke doelen: kennisdeling en uitwisselen van methoden en technieken, uitwisselen van medewerkers en gezamenlijk inkopen van opleidingen die in het noorden gehouden kunnen worden. Het beoogde effect is het vergroten van de kwaliteit van testen en een betere bereikbaarheid van kennis voor de noordelijke testers. De nadruk ligt op bevordering van onderlinge samenwerking, uitwisseling van kennis en tools, verhogen van de productkwaliteit en medewerkers op de hoogte brengen van huidige en toekomstige ontwikkelingen op testgebied.

plaatje - nieuwe methodes

Snel resultaten

De Agile/Scrum methodiek, een methode om snel software te kunnen ontwikkelen, heeft zich in 2010 binnen het CJIB bewezen als raamwerk met goede resultaten.

Hard resultaat

De methodiek heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het slagen van het deelproject EIS, dat in negen maanden met een nieuwe architectuur in een nieuwe programmeertaal is gerealiseerd. Met zes multidisciplinaire teams is in een driewekelijkse cyclus - de sprint - voortdurend software opgeleverd en gedemonstreerd. De business

werd gedurende het gehele proces dagelijks betrokken en bepaalde in samenspraak de prioriteit van het werk.

Meer voldoening

Doordat men werd gedwongen meer elkaars taal te spreken, is de afstand tussen de business en IT verkleind. Alle betrokkenen zijn zich bovendien meer verantwoordelijk gaan voelen voor de teamprestatie en voortgang. Men kreeg steeds meer voldoening in het werken en dat is misschien wel het mooiste resultaat.


Administratieve sancties Wahv

Proces

De omvangrijkste taak van het CJIB is de inning van verkeersboetes. Het merendeel van de verkeersovertredingen wordt afgehandeld binnen de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Het proces ziet er in grote lijnen als volgt uit:

  1. De politie of Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW) levert elektronisch de gegevens van de verkeersovertredingen bij het CJIB aan.
  2. De beschikking wordt automatisch aangemaakt en naar de betrokkene verzonden. Hij heeft acht weken de tijd om te betalen. Betaalt hij niet, dan volgt een eerste aanmaning met een verhoging van 25% op het sanctiebedrag, met een minimum van € 4,-. Blijft ook nu betaling uit, dan volgt een tweede aanmaning met een verhoging van 50% met een minimum van € 11,-.
  1. Als er opnieuw niet (volledig) wordt betaald, dan controleert de centrale productie unit van het CJIB de adresgegevens van de betrokkene.
  2. Als de gegevens kloppen, dan onderzoekt het CJIB of het openstaande bedrag kan worden verhaald op het banktegoed van de betrokkene. Dit heet verhaal zonder dwangbevel.
  3. Is verhaal zonder dwangbevel niet mogelijk, dan wordt een gerechtsdeurwaarder ingeschakeld om het openstaande bedrag te incasseren. Dit wordt verhaal met dwangbevel genoemd. De betrokkene kan zowel tegen het verhaal zonder als met dwangbevel in verzet gaan.
  1. Wanneer ook de toepassing verhaal met of zonder dwangbevel niet leidt tot volledige betaling dan kunnen één of meerdere dwangmiddelen worden toegepast:
    • Inneming van het rijbewijs voor maximaal vier weken per zaak;
    • Buitengebruikstelling van het voertuig voor maximaal vier weken per zaak;
    • Gijzeling van de betrokkene voor maximaal zeven dagen per zaak. Dit mag nadat een machtiging van de kantonrechter is verkregen.

Als de betrokkene geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, dan worden de zaakgegevens opgenomen in het opsporingsregister (OPS). Dit register wordt bij een staandehouding door de politie of marechaussee standaard gecontroleerd. Een zaak blijft maximaal vijf jaar na aanlevering van de verkeersovertreding in het OPS staan.

Instroom

De instroom van zaken in de afgelopen vijf jaar geeft het volgende beeld:

De instroom van 2010 is als volgt verdeeld over de diverse feitgroepen:

Uitstroom en Effectiviteit

In totaal zijn in 2010 11.285.478 zaken afgedaan. Dit kunnen ook zaken zijn die vóór 2010 zijn ingestroomd.

De uitstroom van 2010 is als volgt verdeeld:

In 2010 bedroeg het inningspercentage van het CJIB 95,6%, dit is het percentage zaken dat binnen een jaar is betaald.

In beroep

Als de betrokkene het niet eens is met de opgelegde beschikking, dan heeft hij de mogelijkheid om binnen zes weken na verzenddatum van de beschikking in beroep te gaan bij de CVOM (Centrale Verwerking Openbaar Ministerie). Binnen zes weken na de uitspraak door de Officier van Justitie heeft hij de mogelijkheid om de zaak voor te leggen aan de kantonrechter. De betrokkene moet dit beroepschrift voor de kantonrechter indienen bij de CVOM. De officier van justitie krijgt de zaak nogmaals ter toetsing aangeboden. Blijft de officier bij zijn beslissing dan wordt de zaak voorgelegd aan de kantonrechter. Wordt de zaak voorgelegd aan de kantonrechter, dan dient de betrokkene eerst zekerheid te stellen.

De hoogte van de zekerheidstelling is gelijk aan het sanctiebedrag (plus administratiekosten), zonder eventuele verhogingen. De zekerheidstelling dient te worden betaald aan het CJIB. Er zijn geen griffierechten verschuldigd. Wanneer naar aanleiding van het beroep op de kantonrechter niet binnen

twee weken na mededeling hiervan zekerheid is gesteld, kan het beroep niet ontvankelijk worden verklaard. Is de betrokkene het niet eens met de uitspraak van de kantonrechter, dan kan hij in beginsel in hoger beroep gaan bij het gerechtshof in Leeuwarden. De opgelegde sanctie moet dan wel meer dan € 70,- bedragen.

In 2010 is 334.221 maal door de CVOM melding gemaakt van een ingesteld beroep bij de officier van justitie. Dit is een daling ten opzichte van 2009 toen 348.490 maal beroep werd ingesteld. Het aantal beroepen bij de kantonrechter is met ruim vijfduizend zaken afgenomen ten opzichte van 2009. In 2010 werd 38,6% van de beschikkingen in beroep door de officier van justitie vernietigd. Het percentage vernietigingen is relatief hoog, omdat ook rechtspersonen zoals lease- en verhuurmaatschappijen in de percentages zijn meegerekend. In eerste instantie worden de beschikkingen op naam van deze maatschappijen verstuurd, omdat zij de formele kentekenhouders zijn. Bij verhuur of lease worden deze beschikkingen vernietigd om

op naam gezet te worden van de daadwerkelijke huurder of persoon die het voertuig leaset.

Voor de beroepen bij de kantonrechter geldt dat 25% van de beschikkingen alsnog door de officier van justitie werd vernietigd en 8% door de kantonrechter.

In beroep

Als de betrokkene het niet eens is met de opgelegde beschikking, dan heeft hij de mogelijkheid om binnen zes weken na verzenddatum van de beschikking in beroep te gaan bij de CVOM (Centrale Verwerking Openbaar Ministerie). Binnen zes weken na de uitspraak door de Officier van Justitie heeft hij de mogelijkheid om de zaak voor te leggen aan de kantonrechter. De betrokkene moet dit beroepschrift voor de kantonrechter indienen bij de CVOM. De Officier van Justitie krijgt de zaak nogmaals ter toetsing aangeboden. Blijft de officier bij zijn beslissing dan wordt de zaak voorgelegd aan de kantonrechter. Wordt de zaak voorgelegd aan de kantonrechter, dan dient de betrokkene eerst zekerheid te stellen.

De hoogte van de zekerheidstelling is gelijk aan het sanctiebedrag (plus administratiekosten), zonder eventuele verhogingen. De zekerheidstelling dient te worden betaald aan het CJIB. Er zijn geen griffierechten verschuldigd. Wanneer naar aanleiding van het beroep op de kantonrechter niet binnen twee

weken na mededeling hiervan zekerheid is gesteld, kan het beroep niet ontvankelijk worden verklaard. Is de betrokkene het niet eens met de uitspraak van de kantonrechter, dan kan hij in beginsel in hoger beroep gaan bij het gerechtshof in Leeuwarden. De opgelegde sanctie moet dan wel meer dan € 70,- bedragen.

In 2010 is 334.221 maal door de CVOM melding gemaakt van een ingesteld beroep bij de Officier van Justitie. Dit is een daling ten opzichte van 2009 toen 348.490 maal beroep werd ingesteld. Het aantal beroepen bij de kantonrechter is met ruim vijfduizend zaken afgenomen ten opzichte van 2009. In 2010 werd 38,6% van de beschikkingen in beroep door de Officier van Justitie vernietigd. Het percentage vernietigingen is relatief hoog, omdat ook rechtspersonen zoals lease- en verhuurmaatschappijen in de percentages zijn meegerekend. In eerste instantie worden de beschikkingen op naam van

deze maatschappijen verstuurd, omdat zij de formele kentekenhouders zijn. Bij verhuur of lease worden deze beschikkingen vernietigd om op naam gezet te worden van de daadwerkelijke huurder of persoon die het voertuig leaset.

Voor de beroepen bij de kantonrechter geldt dat 25% van de beschikkingen alsnog door de Officier van Justitie werd vernietigd en 8% door de kantonrechter.


Geldsomtransacties

Proces

Wanneer een strafbaar feit wordt gepleegd, kan het Openbaar Ministerie (OM), de politie, de Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW) of een andere opsporingsinstantie de betreffende zaak aanleveren aan het CJIB op basis waarvan een transactie kan worden aangeboden. Dit geldt voor zover de betreffende zaakstroom in het kader van de implementatie van de wet OM-afdoening niet in aanmerking komt voor het uitvaardigen van een strafbeschikking. Een geldsomtransactie is een financiële schikking, bedoeld om verdere strafvervolging (via de rechter) te voorkomen. Een geldsomtransactie kan bijvoorbeeld worden aangeboden voor strafbare feiten als onverzekerd rijden, het zich niet kunnen legitimeren, zware snelheidsovertredingen of milieuovertredingen. Het CJIB zorgt voor de inning van de geldsomtransacties. Het proces ziet er in grote lijnen als volgt uit:

  1. De opsporingsinstanties en de RDW maken in een strafzaak proces-verbaal (PV) op en leveren zaken aan bij het CJIB. Een aantal overige instanties - bevoegd op grond van het Transactiebesluit Milieudelicten - zoals Douane Schiphol, Wetterskip Fryslân en provincie Noord-Brabant levert zaken handmatig aan bij het CJIB.
  2. In CJIB-systemen wordt gekeken of het strafbare feit recidivegevoelig is (denk bijvoorbeeld aan alcoholovertredingen of grote snelheidsovertredingen) en wordt indien nodig een adresverificatie uitgevoerd.
  1. Als het strafbare feit recidivegevoelig is, doet het CJIB navraag bij de Justitiële Documentatie Dienst (JustID). Is de verdachte recidivist, dan wordt de zaak, in geval van staandehouding, overgedragen aan het arrondissementsparket of de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) voor verdere afhandeling. Bij kentekenovertredingen wordt eerst getracht de daadwerkelijke bestuurder te achterhalen en deze aan te schrijven. Bij registervergelijkingen vindt verhoor plaats voorafgaand aan de overdracht van de zaak aan de CVOM.

Als de betrokkene geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, dan worden de zaakgegevens opgenomen in het opsporingsregister (OPS). Dit register wordt bij een staandehouding door de politie of marechaussee standaard gecontroleerd. Een zaak blijft maximaal vijf jaar na aanlevering van de verkeersovertreding in het OPS staan.

Instroom

De instroom van zaken in de afgelopen vijf jaar geeft het volgende beeld:

De instroom van 2010 is als volgt verdeeld over de diverse partijen:

Door de invoering van de wet OM-afdoening neemt het aantal transactievoorstellen af, aangezien de transacties gefaseerd worden vervangen voor de strafbeschikkingen.

Uitstroom

In totaal zijn in 2010 428.050 zaken afgedaan. Dit kunnen ook zaken zijn die vóór 2010 zijn ingestroomd.

Effectiviteit

In 2010 bedroeg het inningspercentage van het CJIB 64.9%, dit is het percentage zaken dat binnen een jaar is betaald.

Het inningspercentage is het aantal geïnde zaken gedeeld door de zuivere instroom (zaken waarvoor een acceptgiro is verstuurd verminderd met de sepot-zaken)


OM-Afdoeningen

Proces

Op 1 februari 2008 is de wet OM-afdoening gefaseerd in werking getreden. Het OM mag op grond van de wet OM-afdoening voor een aantal veel voorkomende strafbare feiten zelf straffen opleggen in een strafbeschikking die tegen een bestrafte wordt uitgevaardigd. Het voornemen is dat de strafbeschikking op termijn de geldsomtransactie zal vervangen.

Aanlevering van de zaken die in aanmerking (kunnen) komen voor een strafbeschikking vindt plaats via de zogenaamde feitgecodeerde lijn waarbij de opsporingsinstanties rechtstreeks aanleveren aan het CJIB. Daarnaast krijgt het CJIB ook zaken waarin een strafbeschikking uitgevaardigd wordt, aangeleverd door het OM. Dit is de zogenaamde niet-feitgecodeerde aanlevering.

Nadat in 2008 is gestart met de strafbeschikking voor art. 8 WVW 1994-feiten (rijden onder invloed) is in 2009 de Bestuurlijke strafbeschikking voor de G-4 (gemeenten Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Utrecht) geïmplementeerd voor zogenaamde overlastfeiten.

Per 1 april 2010 is het mogelijk geworden voor opsporingsambtenaren om voor zogenaamde P-feiten een strafbeschikking uit te vaardigen waarin een geldboete wordt opgelegd¹. De uitrol van de (politie)strafbeschikking voor deze feiten heeft gefaseerd plaatsgevonden waarbij per maand één of meerdere arrondissementen zijn overgegaan op de strafbeschikking. Ook de gemeenten zijn in 2010 gefaseerd overgegaan naar de politie en/of bestuurlijke strafbeschikking. De oprichting van de Invoerunit bij het CJIB heeft het mogelijk gemaakt dat de gemeenten deze zaken rechtstreeks hebben aangeleverd aan het CJIB.

¹ Voor de geïmplementeerde zaakstromen geldt dat militairen, minderjarigen en zaken met beslag nog waren uitgezonderd. Voor deze zaken is nog een geldsomtransactie aangeboden.

Rol CJIB

Voor het proces OM-afdoening/strafbeschikkingen verricht het CJIB de volgende werkzaamheden:

  • Het versturen of betekenen van de strafbeschikking (voor zover deze niet door het OM zelf in persoon is uitgereikt);
  • Het incasseren van de geldboete.

Voor de incasso van de geldboete worden de volgende executiestappen genomen:

  1. Een eerste acceptgiro die aan de strafbeschikking is aangehecht.
  2. Een eerste aanmaning: Indien de strafbeschikking onherroepelijk is, wordt bij de eerste aanmaning een eerste wettelijke verhoging opgelegd.
  3. Een tweede aanmaning: Indien de strafbeschikking onherroepelijk is, wordt bij de tweede aanmaning een tweede wettelijke verhoging opgelegd.
  1. Verhaal met dwangbevel: Aan de gerechtsdeurwaarder wordt opdracht gegeven de openstaande vordering te verhalen op geld en goederen van de bestrafte.
  2. Gijzeling: Voor de toepassing van het dwangmiddel gijzeling is een machtiging van de kantonrechter nodig. Een vordering voor deze toepassing van de gijzeling wordt voorbereid door het CJIB en ondertekend door de landelijk strafbeschikkingsofficier van justitie. Na het verkrijgen van de machtiging stuurt het CJIB een opdracht gijzeling naar de politie.

Indien de executie niet heeft geleid tot het innen van de geldboete en eventuele verhogingen wordt de zaak overgedragen aan het OM. Deze overdracht kan ook plaatsvinden gedurende het executietraject of indien na aanlevering van de zaak bijvoorbeeld in verband met recidive geen strafbeschikking mag worden uitgevaardigd.

In een aangeleverde zaak kan een wijziging optreden op grond waarvan een gewijzigde strafbeschikking kan worden uitgevaardigd. Een wijziging kan bijvoorbeeld plaatsvinden naar aanleiding van een door de bestrafte ingesteld verzet. Verzet is het rechtsmiddel dat de bestrafte heeft tegen de strafbeschikking.

Ook kan een verzoek tot een wijziging (of tot intrekking van de zaak) worden gedaan door de politie of een gemeente, bijvoorbeeld in verband met verschrijvingen.

Instroom

Op 1 februari 2008 is de wet OM-afdoening gefaseerd in werking getreden. De instroom van zaken van de afgelopen drie jaar geeft het volgende beeld:

De instroom 2010 bij het CJIB is als volgt verdeeld over de diverse partijen:

De getoonde instroom is op basis van de datum dat de zaak bij het CJIB geregistreerd is. De instroom toont alleen maar de initiële aanlevering van de zaak. Indien een zaak is overgedragen aan het OM en na beoordeling weer retour komt bij het CJIB wordt dit als een zaakinhoudelijke wijziging gezien en wordt dit niet als nieuwe instroom geteld.

Uitstroom

In 2010 zijn 39.100 zaken afgedaan. Dit kunnen zaken zijn die in 2010 zijn ingestroomd, maar ook zaken die vóór 2010 zijn ingestroomd.

Het percentage betaalde zaken van de uitstroom is om 2 redenen hoog:

  1. De meeste zaken die uitstromen zijn alcohol zaken, hierop wordt relatief goed betaald.
  2. De strafbeschikking bestaat pas sinds 2008. Het streven is om de zaak binnen 2 jaar te incasseren. Dit betekent dat zaken die in 2009 zijn ingestroomd maar nog niet betaald zijn, vanaf 2011 uitstromen. De afloop kan dan een andere zijn dan betaald. De verhouding tussen het aantal betaalde uitstroom en overige uitstroom zal hierdoor in de komende jaren gaan verschuiven.

Boetevonnissen

Proces

Een rechter kan een verdachte een geldboete opleggen voor het plegen van een strafbaar feit. Het CJIB verzorgt de inning van deze boetevonnissen.

Het proces ziet er in grote lijnen als volgt uit:

  1. De arrondissementsparketten, de ressortsparketten, de functionele parketten, het landelijk parket en de (Centrale Verwerking Openbaar Ministerie) CVOM leveren de geldboetevonnissen en -arresten elektronisch aan bij het CJIB.
  2. Bij de afhandeling van een geldboete volgt het CJIB verschillende processtappen, afhankelijk van de status van de zaak bij registratie:
    • Niet-executeerbare boetevonnissen worden alleen geregistreerd. Zodra het parket doorgeeft dat het vonnis executeerbaar of onherroepelijk is geworden, start de tenuitvoerlegging.
    • De veroordeelde van wie het vonnis executeerbaar of onherroepelijk is, ontvangt van het CJIB een eerste aanschrijving tot betaling van de geldboete.
  1. Als de eerste aanschrijving van een executeerbaar, niet-onherroepelijk vonnis niet leidt tot betaling, dan worden de gegevens betreffende de inhoud van het vonnis verzonden naar de politieregio waar de veroordeelde woont. De politie gaat vervolgens op pad (met een bevel tot betekening) om het vonnis te betekenen. De veroordeelde heeft de mogelijkheid de geldboete aan de politie te voldoen. Wordt het vonnis betekend en gaat de veroordeelde niet binnen veertien dagen in beroep, dan wordt het vonnis onherroepelijk (de veroordeelde kan nu niet meer in hoger beroep). Vervolgens ontvangt de veroordeelde opnieuw een eerste aanschrijving, nu van het onherroepelijke vonnis.
  1. Als de eerste aanschrijving van een onherroepelijk vonnis niet leidt tot (een volledige en tijdige) betaling, dan wordt het boetebedrag verhoogd met € 15,- en wordt een eerste aanmaning verzonden.
  2. Is de boete daarna nog niet (volledig en tijdig) voldaan, dan volgt een tweede verhoging van 20% over het openstaande bedrag met een minimum van € 30,- en wordt een tweede aanmaning verstuurd.

Bij het niet betalen van de zaak gaat een dergelijke zaak (in het algemeen) naar de gerechtsdeurwaarder of politie; dit wordt in de volgende paragrafen uitgelegd.

Instroom

De instroom van zaken van de afgelopen vijf jaar geeft het volgende beeld:

Uitstroom

In 2010 zijn 147.156 zaken afgedaan. Dit kunnen ook zaken zijn die vóór 2010 zijn ingestroomd.

Effectiviteit

Van de onherroepelijke zaken is 70,4% binnen een jaar afgedaan.


Ontnemingsmaatregelen

Proces

De rechter kan iemand die veroordeeld is voor het plegen van een strafbaar feit de verplichting opleggen tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechter legt in dat geval een ontnemingsmaatregel op. In deze maatregel wordt bepaald hoeveel de veroordeelde aan de Staat moet betalen.

In geval van een ontnemingsmaatregel dient zowel de strafzaak als de ontnemingsmaatregel onherroepelijk te zijn alvorens tot executie kan worden overgegaan. Na overdracht van de onherroepelijke ontnemingsmaatregel, start het CJIB met de executie van de maatregel. Om betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel zeker te stellen kan conservatoir beslag zijn gelegd op geld en goederen.

Het executieproces ziet er als volgt uit:

  1. Indien sprake is van gelegde conservatoire beslagen wordt de veroordeelde gevraagd om akkoord te gaan met uitwinning van de gelegde beslagen. Wordt geen akkoord gegeven, dan vindt uitwinning van de beslagen plaats door de gerechtsdeurwaarder;
  2. Indien er geen sprake is van conservatoire beslagen, dan wel na uitwinning van de beslagen een restantvordering resteert, wordt een aanschrijving verzonden aan veroordeelde;
  3. Wanneer de veroordeelde niet, niet tijdig of niet volledig tot betaling overgaat, kan een gerechtsdeurwaarder worden ingeschakeld;
  1. Bij uitblijven van betaling kan het pressiemiddel lijfsdwang worden ingezet. Het toepassen van lijfsdwang is slechts mogelijk nadat hiertoe een machtiging is afgegeven door de rechter. De rechter bepaalt het aantal dagen lijfsdwang dat mag worden toegepast. Het ondergaan van de lijfsdwang heft de betalingsverplichting niet op.

Instroom

De instroom van ontnemingsmaatregelen over de afgelopen vijf jaar geeft het volgende beeld:

Uitstroom

In 2010 zijn 1120 zaken afgedaan. Dit kunnen ook ontnemingsmaatregelen zijn die voor 2010 zijn ingestroomd.

Effectiviteit

Het totaal geïncasseerde bedrag aan ontnemingsmaatregelen, inclusief de deelbetalingen op openstaande zaken, bedroeg bijna € 18,5 miljoen.

De A-categorie (tot € 10.000,-) heeft een afdoeningspercentage in 2010 van 64%, deze zaken zijn binnen 3 jaar afgedaan. Voor de B-categorie (van € 10.000,- tot € 100.000,-) is het afdoeningspercentage in 2010 40,9%, deze zaken zijn binnen 5 jaar afgedaan.


Ontnemingsschikkingen

Proces

Een ontnemingsschikking is een financiële schikking die wordt aangeboden door het OM. Dit gebeurt als er volgens het OM sprake is van één of meer gepleegde strafbare feiten waaruit wederrechtelijk verkregen voordeel is ontstaan. De hoogte van het uiteindelijke schikkingsbedrag wordt per zaak bepaald en is afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Met een ontnemingsschikking kan de verdachte voorkomen dat hij voor het ontnemingsdeel voor de rechter moet verschijnen. Het CJIB int de schikkingen. Een ontnemingsschikking heeft alleen betrekking op de ontnemingszaak, niet op de strafzaak.

Instroom

De instroom van schikkingen over de afgelopen twee jaar geeft het volgende beeld:

Uitstroom

In 2010 zijn 19 schikkingen uitgestroomd.

Effectiviteit

Het totaal geïncasseerde bedrag aan ontnemingsschikkingen, inclusief deelbetalingen op openstaande zaken, bedroeg ruim € 1,1 miljoen.


Schadevergoedingsmaatregelen

Proces

Als iemand slachtoffer is geworden van een strafbaar feit (bijvoorbeeld mishandeling), dan kan de rechter besluiten dat de dader aan het slachtoffer een schadevergoeding moet betalen. De rechter legt dan een schadevergoedingsmaatregel op aan de dader. Nadat de zaak onherroepelijk is geworden, wordt de zaak ter executie aangeboden aan het CJIB. Het CJIB int de schadevergoeding en maakt deze vervolgens over aan het slachtoffer.

Het proces ziet er in grote lijnen als volgt uit:

  1. Het CJIB verstuurt een eerste aanschrijving naar de dader met het verzoek het opgelegde bedrag van de maatregel te betalen.
  1. Als er niet wordt betaald, dan volgt een eerste en eventueel een tweede aanmaning. Het bedrag wordt in beide gevallen verhoogd. Bij de eerste aanmaning met € 15,- en bij de tweede aanmaning met 20% van het nog openstaande bedrag (met een minimum bedrag van € 30,-).
  2. Wordt er nog steeds niet betaald, dan kan een dwangbevel worden uitgevaardigd: De zaak gaat naar de gerechtsdeurwaarder die de maatregel probeert te innen. De dader kan in verzet gaan (zie hoofdstuk Verzet tegen verhaal).
  3. Lukt het de gerechtsdeurwaarder niet om te innen, dan kan een arrestatiebevel worden uitgevaardigd om vervangende hechtenis ten uitvoer te leggen. De vervangende hechtenis heft de verplichting tot betaling niet op.
  4. Als het adres van de veroordeelde niet bekend is, worden de zaakgegevens van de veroordeelde opgenomen in het OPS.

Instroom

Uitstroom

In 2010 zijn 12.202 schadevergoedingsmaatregelen uitgestroomd. Dit kunnen ook zaken zijn die vóór 2010 zijn ingestroomd.

Effectiviteit

Het percentage schadevergoedingsmaatregelen dat binnen 3 jaar na instroom wordt afgedaan, is in 2010 86,7%.

Taakstraffen volwassenen

Taakstraffen Volwassenen

Een taakstraf kan bestaan uit een werkstraf of leerstraf of een combinatie van een werk- en een leerstraf. Het OM levert zowel de OM als de ZM(Zittende Magistratuur) taakstraffen aan bij het CJIB.

Rol CJIB

  • Na ontvangst van een taakstraf controleert het CJIB of er taakstrafverstorende elementen zijn zoals detentie.
  • Het CJIB informeert en routeert informatie over de taakstraf naar de drie reclasseringsorganisaties en het OM.
  • Het CJIB bewaakt de termijnen en rappelleert bij de ketenpartner indien nodig.
  • Het CJIB informeert het OM over het resultaat van de taakstraf door middel van de rapportage van de reclasseringsorganisatie.

Instroom

Uitstroom

In 2010 werden er 36.796 taakstraffen (exclusief 200 gratiezaken) afgedaan. Het kan hierbij ook gaan om zaken die vóór 2010 zijn ingestroomd.

Met de reclasseringsorganisaties worden bedoeld:

  • Reclassering Nederland;
  • Leger der Heils;
  • Stichting verslavingsreclassering GGZ.

Effectiviteit

Het slagingspercentage van de regulier afgeronde taakstraffen (uitstroom reclasseringsorganisaties in tabel) is 79,7% (OM en ZM). Regulier wil zeggen dat de taakstraf niet tussentijds is gestopt op verzoek van het OM.


Vrijheidsstraffen

Proces

Bij de executie van de principale vrijheidstraffen en de omgezette taakstraffen heeft het CJIB een coördinerende rol.

Rol CJIB principale vrijheidsstraffen

  • Als een principale vrijheidsstraf is aangeleverd door het OM dan controleert het CJIB of de veroordeelde een bekend adres heeft of dat hij/ zij momenteel detentie ondergaat. In geval van detentie wordt de straf aansluitend ten uitvoer gelegd.
  • Het CJIB beoordeelt of een veroordeelde in aanmerking komt voor de zelfmeldprocedure en stuurt vervolgens de kennisgeving naar de veroordeelde.
  • Het CJIB coördineert de aanlevering van de informatie aan de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en politie.
  • Het CJIB bewaakt de ontvangst van het executiebericht door de DJI en stuurt deze informatie door naar het OM.
  • Indien de veroordeelde geen bekend woon- of verblijfadres heeft, wordt de persoon gesignaleerd in het OPS.
  • In jeugdzaken levert het OM de zaak pas aan bij het CJIB nadat het bevel tot tenuitvoerlegging van de vervangende jeugddetentie is betekend. Het CJIB beoordeelt of de veroordeelde in aanmerking komt voor de zelfmeldprocedure. Als dit niet het geval is, wordt een arrestatiebevel uitgevaardigd.

Rol CJIB omgezette taakstraffen

  • Als een taakstraf van een volwassene (voortijdig) mislukt dan stelt het CJIB een voorstel tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis op.
  • Het CJIB betekent het bevel tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis aan de veroordeelde en vaardigt een arrestatiebevel uit.
  • In jeugdzaken levert het OM de zaak pas aan bij het CJIB nadat het bevel tot tenuitvoerlegging van de vervangende jeugddetentie is betekend. Het CJIB beoordeelt of veroordeelde in aanmerking komt voor de zelfmeldprocedure. Als dit niet het geval is, wordt een arrestatiebevel uitgevaardigd.

Instroom

De instroom van vrijheidsstraffen in de afgelopen vijf jaar geeft het volgende beeld:

In 2010 zijn 20.610 vrijheidstraffen bij het CJIB ingestroomd. Dit zijn 12.900 principale vrijheidsstraffen en 7.710 omgezette taakstraffen.

Uitstroom

In 2010 zijn 15.796 principale vrijheidsstraffen en 8.432 omgezette taakstraffen afgedaan. Dit kunnen ook zaken zijn die vóór 2010 zijn ingestroomd.

Omgezette taakstraffen

Principale vrijheidsstraffen


Arrestaties

Proces

Iemand die een boete of maatregel niet (volledig) of niet op tijd betaalt of die veroordeeld is tot een principale vrijheidsstraf c.q. van wie de taakstraf is omgezet naar vervangende hechtenis, kan worden gearresteerd en ingesloten in een penitentiaire inrichting of huis van bewaring. De unit OM Executie van het CJIB speelt een coördinerende rol bij de afhandeling van deze arrestaties.

Aan 'n arrestatie gaat in het kort één van de onderstaande aanleidingen vooraf:

  • Een administratieve sanctie Wahv is (nog) niet of niet volledig geïnd. Betrokkene kan voor maximaal zeven dagen per zaak worden gegijzeld. Het CJIB vraagt hiervoor een machtiging aan bij de kantonrechter.
  • Een boetevonnis is (nog) niet of niet volledig geïnd. Er wordt een arrestatiebevel uitgezet bij de politie. Als de politie er niet in slaagt de geldboete te innen, dan wordt overgegaan tot het uitvoeren van de vervangende hechtenis.
  • Een veroordeelde voor een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf komt niet in aanmerking voor de oproepprocedure (zelfmeldprocedure), bijvoorbeeld omdat hij zich recent niet heeft gemeld voor het ondergaan van een andere vrijheidsstraf. Een arrestatiebevel wordt uitgevaardigd.
  • Een dader van een strafbaar feit heeft de door de rechter opgelegde schadevergoedingsmaatregel niet of niet volledig betaald. Er kan dan een arrestatiebevel worden uitgevaardigd om de vervangende hechtenis ten uitvoer te leggen. De vervangende hechtenis heft de verplichting tot betaling niet op.
  • Als (volledige) betaling van de ontnemingsmaatregel uitblijft, kan vervangende hechtenis dan wel lijfsdwang volgen.
  • Bij een in een vonnis opgelegde taakstraf die niet is aangevangen of niet naar behoren is verricht, kan het OM de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis bevelen.
  1. De politie meldt de arrestant aan bij het CJIB (unit OM Executie).
  2. Het CJIB zoekt in de systemen na of er voor de arrestant meer zaken openstaan die voor detentie in aanmerking komen. Deze worden dan toegevoegd.
  3. De celplanning van de unit OM Executie wijst een cel toe uit een aantal dat is gereserveerd voor het CJIB.
  1. De Dienst Vervoer & Ondersteuning (DV&O) van de DJI ontvangt een transportopdracht om de arrestant te vervoeren van het politiebureau naar de penitentiaire inrichting. Bevindt de penitentiaire inrichting zich in hetzelfde arrondissement als waar de arrestant is aangehouden, dan verzorgt de regiopolitie het transport.

Instroom

In 2010 zijn er 25.763 arrestanten aangemeld. Dit is een lichte stijging t.o.v. vorig jaar (25.456). Indien een arrestant wordt aangemeld bij het CJIB wordt bekeken of de arrestant nog meerdere zaken open heeft staan, die voor executie in aanmerking komen. Deze zaken worden gekoppeld aan de zaak waarop de persoon is aangehouden.


Voorwaardelijke Invrijheidsstelling

Proces

Op 1 juli 2008 is de Wet voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) in werking getreden. Met deze wet is de vervroegde invrijheidstelling, waarbij gedetineerden na tweederde van hun straf zonder voorwaarden vervroegd in vrijheid werden gesteld, vervangen door de v.i.

Aan de v.i. zijn voorwaarden verbonden. In alle gevallen is de algemene voorwaarde van toepassing. Daarnaast kan het OM nog bijzondere voorwaarden aan de v.i. verbinden.

Het toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden is belegd bij de reclassering of politie. Indien gedurende de v.i.-periode de algemene of een bijzondere voorwaarde wordt geschonden, neemt het OM een besluit over het al dan niet indienen van een vordering schorsing, een vordering herroeping, danwel het wijzigen van de bijzondere voorwaarden.

Instroom

Vanaf 1 juli 2008 is de instroom van v.i.-zaken bij het CJIB gestart. De instroom is conform verwachting gestegen. Vanaf 2009 zijn de eerste v.i.-zaken uitgestroomd. De uitstroom van zaken kan ook betrekking hebben op zaken die in eerdere jaren zijn ingestroomd. Het cijfer van de uitstroom 2009 wijkt af van het jaarbericht 2009. De reden hiervoor is een aanscherping van de definitie.

Instroom

Definitie

Instroom: Het aantal v.i.-zaken dat het CJIB heeft ontvangen van DJI in een bepaalde periode. De instroomdatum is de datum waarop de v.i.-zaak door DJI aan het CJIB is aangeleverd.

Uitstroom: Het aantal v.i.-zaken dat is afgehandeld in een bepaalde periode. De uitstroomdatum is de datum waarop de v.i.-zaak is beëindigd.

Uitstroom

Gestarte v.i.-zaken

In onderstaand overzicht wordt het aantal gestarte v.i.-zaken getoond. Deze zaken kunnen in eerdere jaren zijn ingestroomd.

Definitie

Aantal gestarte v.i.-zaken: Het aantal v.i.-zaken waarbij de proeftijd v.i. is aangevangen na de datum invrijheidstelling van de gedetineerde.

Gestarte v.i.-zaken


Bestuurlijke boetes en dwangsommen

Proces

Er zijn diverse bestuursorganen die zelfstandig boetes mogen opleggen. Dit worden bestuurlijke boetes genoemd. Een bestuurlijke boete heeft een straffend karakter.

Daarnaast bestaat voor bestuursorganen de mogelijkheid om een last onder dwangsom op te leggen. Een dwangsom heeft tot doel een overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel herhaling te voorkomen. Een last onder dwangsom heeft dan ook een reparatoir karakter.

In 2004 heeft de bestuursraad van het Ministerie van Justitie aan het CJIB toestemming gegeven om voor onderdelen van de rijksoverheid de inning en incasso te verzorgen van opgelegde bestuurlijke boetes en verbeurde dwangsommen.

De unit overheidincasso verzorgt de klantcontacten met de betreffende bestuursorganen. De uitvoering van de incassowerkzaamheden is ondergebracht bij de centrale productie unit.

Het proces ziet er in grote lijnen als volgt uit:

  1. Nadat een bestuursorgaan een overtreding heeft geconstateerd, ontvangt het betreffende bedrijf of de burger van het bestuursorgaan een beschikking. Hierin staat beschreven om welke overtreding het gaat en wanneer dit feit is geconstateerd. Het CJIB stuurt vervolgens een acceptgiro waarmee het geldbedrag voldaan kan worden.
  2. Het bedrijf of de burger moet het geldbedrag binnen een bepaalde termijn betalen. Bij geen of gedeeltelijke betaling wordt een aanmaning verstuurd. Blijft volledige betaling achterwege dan schakelt het CJIB een gerechtsdeurwaarder in.

Instroom

De instroom van zaken in de afgelopen vijf jaar geeft het volgende beeld:

Bestuurlijke boetes

Dwangsommen

De instroom is als volgt verdeeld over de bestuursorganen:

Instroom bestuurlijke boetes per bestuursorgaan

Instroom Dwangsommen per bestuursorgaan

Uitstroom

Het aantal zaken dat in 2010 is uitgestroomd, bedraagt 15.519 (dit betreft zowel bestuurlijke boetes als dwangsommen). De uitstroom is als volgt verdeeld over de bestuursorganen:

Uitstroom van bestuurlijke boetes per bestuursorgaan

Uitstroom Dwangsommen per bestuursorgaan

Effectiviteit

Voor de zaken die in 2010 zijn uitgestroomd is ruim
€ 39 miljoen geïncasseerd en afgedragen aan de diverse opdrachtgevers.


Teruggevorderde subsidie

Proces

Het CJIB int sinds 2007 namens het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK, voorheen Ministerie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) teruggevorderde huursubsidies.

Het proces ziet er in grote lijnen als volgt uit:

  1. Het CJIB verstuurt een acceptgirokaart waarmee de burger aan wie te veel huursubsidie is uitgekeerd het teruggevorderde bedrag kan voldoen.
  1. De burger heeft de mogelijkheid om via een betalingsregeling te betalen. Het geldbedrag moet binnen een bepaalde termijn betaald worden. Bij niet nakomen van de afgesproken betalingsregeling wordt een aanmaning verstuurd voor het ontbrekende termijnbedrag. Wanneer binnen twaalf maanden voor de tweede keer een termijnbetaling niet wordt gedaan, wordt de betalingsregeling afgebroken en volgt een aanmaning voor het dan nog totaal openstaande bedrag.
  2. Wanneer het verschuldigde bedrag niet, niet volledig of niet op tijd betaald wordt, draagt het CJIB de zaak over aan de belastingdeurwaarder. De kosten die dit met zich meebrengt worden bij de burger in rekening gebracht.

Voorraad

De voorraad van zaken in de afgelopen vier jaar geeft het volgende beeld:

Uitstroom

Het aantal zaken dat in 2010 is uitgestroomd, bedraagt 21.475.

Effectiviteit

Er werd in 2010 voor ruim € 15 miljoen geïncasseerd.


Leges IND

Proces

Het CJIB int sinds 2009 namens de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de leges die moeten worden betaald voor de verlening van een verblijfsvergunning.

Het proces ziet er in grote lijnen als volgt uit:

  1. De aanvrager van een verblijfsvergunning ontvangt van het CJIB een aanschrijving om een bepaald bedrag aan leges te voldoen. Wanneer het totaal verschuldigde bedrag niet op tijd betaald wordt, wordt een herinnering verstuurd.
  2. Wanneer de betaling niet, niet volledig of te laat gedaan wordt, zal de IND de aanvraag niet behandelen. In het uiterste geval eindigt dan het verblijfsrecht en moet de aanvrager Nederland verlaten.

Instroom

De instroom van zaken in de afgelopen twee jaar geeft het volgende beeld:

Uitstroom

Het aantal zaken dat in 2010 is uitgestroomd, bedraagt 55.463.

Effectiviteit

Voor de zaken die in 2010 zijn uitgestroomd is ruim € 9 miljoen geïncasseerd en afgedragen aan de IND.


Bestuursrechtelijke premies zorgverzekering

Proces

Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) is in 2009 gestart met in rekening brengen van bestuursrechtelijke premies aan mensen die bij hun zorgverzekeraar een achterstand van zes maanden hebben in het betalen van de verzekeringspremie. In principe zal het CVZ via een zogenaamde broninhouding de bestuursrechtelijke premie proberen te innen. Als dat niet (volledig) lukt wordt het CJIB gevraagd de incasso over te nemen. In 2010 heeft het CVZ de ruim 250.000 wanbetalers aangeschreven en is een forse instroom bij het CJIB ontstaan. Het CJIB onderscheidt drie vorderingstypes:

  • 130%-vordering - geheel geen bron beschikbaar;
  • 30%-vordering - 100% via de bron, de rest via het CJIB;
  • eindafrekening - de schuld aan de verzekeraar is voldaan, de schuld aan het CVZ nog niet.

Het proces ziet er in grote lijnen als volgt uit:

  1. Het CJIB stuurt op basis van de door het CVZ aangeleverde gegevens de debiteur een aanschrijving met het verzoek de bestuursrechtelijke premie te betalen Het CJIB zal de wanbetaler maandelijks een acceptgiro sturen. Als de betaling uitblijft, stuurt het CJIB een herinnering.
  2. Als betaling dan nog uitblijft, kan het CJIB een deurwaarder inschakelen. De kosten hiervoor worden verhaald op de wanbetaler.
  3. Als de deurwaarder niet tot incasso kan komen, worden de volgende vorderingen geplaatst in de wachtstand verhaalsonderzoek. Na een jaar doet het CJIB een verhaalsonderzoek en wordt bepaald of de zaken opnieuw aan een deurwaarder worden overgedragen.
  1. Wanneer een wanbetaler zijn schuld bij zijn zorgverzekeraar heeft afbetaald of indien een schuldregeling is getroffen meldt de zorgverzekeraar de persoon in kwestie af als wanbetaler bij het CVZ. Het CVZ trekt dan alle losse maandvorderingen die bij het CJIB in productie staan in en beslist over de schuld aan het CVZ. Indien nodig zal het CJIB die restschuld dan proberen te incasseren.

Instroom

De instroom van zaken in de afgelopen twee jaar geeft het volgende beeld:

De instroom is als volgt verdeeld over de vorderingstypes:

Uitstroom

Het aantal zaken dat in 2010 is uitgestroomd, bedraagt 226.166. De uitstroom is laag, omdat wanneer voor een wanbetaler vorderingen behandeld worden door een deurwaarder, volgende vorderingen voor deze persoon in een wachtstand gezet worden tot het eerste bedrag geïnd is (maximaal een jaar). Dit gebeurt om de deurwaarderskosten zo laag mogelijk te houden. De uitstroom is als volgt verdeeld over de vorderingstypes:

Effectiviteit

Voor de zaken die in 2010 zijn uitgestroomd is ruim € 14 miljoen geïncasseerd en afgedragen aan het CVZ ten behoeve van de 130%-vordering. Voor de zaken die in 2010 zijn uitgestroomd is ruim € 2 miljoen geïncasseerd en afgedragen aan het CVZ ten behoeve van de 30%-vordering. Voor de zaken die in 2010 zijn uitgestroomd is ruim € 1.000,- geïncasseerd en afgedragen aan het CVZ ten behoeve van de eindafrekening.


Kostenveroordelingen

Proces

Het CJIB int sinds 2010 namens de Huurcommissie de kostenveroordelingen die moeten worden betaald als de Huurcommissie uitspraak doet in een geschil en de niet-verzoekende partij in het ongelijk wordt gesteld.

Het proces ziet er in grote lijnen als volgt uit:

  1. De verliezende partij binnen een huurgeschil ontvangt van het CJIB een aanschrijving om een bepaald bedrag aan leges te voldoen. Wanneer het totaal verschuldigde bedrag niet op tijd betaald wordt, wordt een herinnering verstuurd.
  2. Wanneer de betaling niet, niet volledig of te laat gedaan wordt, wordt een gerechtsdeurwaarder ingeschakeld.

Instroom

De instroom van zaken in het afgelopen jaar geeft het volgende beeld:

Uitstroom

Het aantal zaken dat in 2010 is uitgestroomd, bedraagt 89.

Effectiviteit

Voor de zaken die in 2010 zijn uitgestroomd is ruim € 27.000,- geïncasseerd en afgedragen aan de Huurcommissie.


Inkomende Europese geldelijke sancties

Proces

In 2007 en 2009 zijn het Europese kaderbesluit Wederzijdse erkenning van geldelijke sancties en het kaderbesluit Wederzijdse erkenning op beslissingen tot confiscatie geïmplementeerd door middel van het uitvoeringsbesluit Wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties. Voor deze twee kaderbesluiten is het CJIB aangewezen als Nederlandse centrale autoriteit. In die hoedanigheid zorgt het CJIB ervoor dat de onherroepelijke beslissingen van een instantie of rechter uit een andere EU-lidstaat in Nederland ten uitvoer worden gebracht en dat zaken bestemd voor een andere EU-lidstaat worden overgedragen aan de centrale autoriteit van de desbetreffende lidstaat.

De afdeling Europese Juridische Zaken (EJZ, voorheen afdeling EGS) van het CJIB ontvangt de geldelijke sancties die worden overgedragen aan Nederland. Na ontvangst voert de afdeling EJZ een juridisch inhoudelijke toetsing uit. Dit gebeurt eventueel in overleg met de bevoegde autoriteit, de Officier van Justitie in Leeuwarden. Afhankelijk van de uitkomst van deze toetsing

wordt de zaak geaccepteerd of afgewezen. Als de afdeling EJZ van mening is dat een zaak kan worden afgewezen, zal eerst de beslissingsstaat geraadpleegd worden, alvorens opnieuw een juridische toetsing plaatsvindt.

Geldelijke sancties betreffen:

  • geldboetes, waaronder verkeersboetes;
  • geldbedragen ten behoeve van het slachtoffer van een strafbaar feit, voor zover deze verplichting is opgelegd door de strafrechter;
  • geldbedragen voor een schadefonds of instelling ten behoeve van slachtoffers van strafbare feiten, voor zover deze verplichting is opgelegd bij rechterlijke uitspraak of beschikking;
  • proceskosten.

Confiscatiebeslissingen betreffen rechterlijke uitspraken die leiden tot het blijvend ontnemen van een voorwerp. Voorwerpen zijn alle zaken en vermogensrechten waarvan de rechter van de beslissingsstaat heeft beslist dat zij bijvoorbeeld de opbrengst zijn van een strafbaar feit, overeenstemmen met de waarde van de opbrengst van een strafbaar feit of een hulpmiddel vormen voor een strafbaar feit.

Het afwikkelingsproces van de uit een andere EU-lidstaat ontvangen beslissing ziet er, na acceptatie, in grote lijnen als volgt uit:

  • Er wordt een aanschrijving verstuurd waarin vermeld wordt door welke rechter of welke bevoegde instantie de overtreder is veroordeeld, wanneer die veroordeling heeft plaatsgevonden, voor welk strafbaar feit de overtreder is veroordeeld, wat de opgelegde sanctie is en wanneer deze betaald moet zijn.
  • Betaalt de overtreder de geldelijke sanctie niet, niet op tijd of niet volledig, dan ontvangt deze maximaal twee keer een aanmaning van het CJIB. Het verschuldigde bedrag wordt in de eerste aanmaning verhoogd met € 15,-. Het bedrag van de tweede aanmaning bestaat uit het verschuldigde bedrag, verhoogd met 20% van dat bedrag, met een minimum van € 30,-.
  • Wanneer de geldelijke sanctie na de vervaldatum van de tweede aanmaning nog niet (volledig) is betaald, kan de Officier van Justitie een dwangbevel uitvaardigen. Op grond van een dwangbevel kan het verschuldigde bedrag worden verhaald op goederen, inkomsten of vermogen van de overtreder. Het CJIB schakelt hiervoor een gerechtsdeurwaarder in. Alle hieraan verbonden kosten komen in dat geval voor rekening van de overtreder. Wanneer deze het niet eens is met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel, dan kan een verzetschrift ingediend worden bij de griffie van de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden.
  • Als de Europese geldelijke sanctie, ondanks de aanmaningen, niet volledig betaald wordt, kan de Officier van Justitie een arrestatiebevel uitvaardigen. Hiervoor moet de Officier van Justitie eerst toestemming vragen aan de rechter. Na deze toestemming krijgt de politie opdracht de overtreder te arresteren. Op dat moment kan de geldelijke sanctie nog worden betaald. Gebeurt dit niet, dan moet de overtreder vervangende hechtenis ondergaan. Zowel de beslissing als het arrestatiebevel vermeldt het aantal dagen dat de overtreder kan worden ingesloten. De vervangende hechtenis kan voorkomen of beëindigd worden door het openstaande bedrag alsnog volledig te voldoen. Vervangende hechtenis is alleen mogelijk als de bevoegde autoriteit in de uitvaardigende lidstaat vervangende hechtenis overdraagt.

Instroom

De instroom van zaken in de afgelopen twee jaar geeft het volgende beeld:

De instroom is als volgt verdeeld over de EU-lidstaten:

Uitstroom

Het aantal zaken dat in 2010 is uitgestroomd, bedraagt 30. De uitstroom is als volgt verdeeld over de EU-lidstaten:

Effectiviteit

Het inningspercentage van 2009 is 81,3%.


Uitgaande Europese geldelijke sancties

Proces

Naast het feit dat het CJIB zaken uit andere EU-lidstaten kan ontvangen, zorgt het CJIB ervoor dat niet (volledig) betaalde onherroepelijke zaken waarin een Nederlandse rechter of instantie uitspraak heeft gedaan, overgedragen worden aan andere EU-lidstaten. De inning van de sanctie wordt dan overgenomen door een (bevoegde of centrale) autoriteit in de desbetreffende EU-lidstaat.

Het proces ziet er in grote lijnen als volgt uit:

  • De afdeling Europese Juridische Zaken (EJZ, voorheen afdeling EGS) controleert onder meer of de EU-lidstaat waaraan de zaak overgedragen kan worden het kaderbesluit heeft geïmplementeerd, en of daar een implementatiedatum, minderjarigheidgrens of ondergrens van € 70,- wordt gehanteerd.
  • Wanneer de zaak aan een autoriteit van een andere EU-lidstaat kan worden overgedragen, wordt een certificaat ingevuld en verstuurd. In de ontvangende EU-lidstaat zal het certificaat een toetsing ondergaan, en kan met de executie gestart worden.
  • Na executie van de sanctie in het buitenland wordt de sanctie geretourneerd, waarna de zaak bij het CJIB afgesloten kan worden.

Overdracht

De daadwerkelijke overdracht van uitgaande Europese geldelijke sancties in de afgelopen twee jaar geeft het volgende beeld:

De daadwerkelijke overdracht van uitgaande Europese geldelijke sancties is als volgt verdeeld over de EU-lidstaten:

Retournering

Het aantal uitgaande Europese geldelijke sancties dat in 2010 is geretourneerd, bedraagt 363. De retournering is als volgt verdeeld over de EU-lidstaten:


Verzet tegen Verhaal

Proces

Is de administratieve sanctie Wahv, strafbeschikking, boetevonnis, schadevergoedingsmaatregel of ontnemingsmaatregel op de vervaldatum van de tweede aanmaning niet volledig betaald, dan kan het CJIB een gerechtsdeurwaarder inschakelen. In het geval van de administratieve sanctie Wahv is het daarnaast mogelijk om zonder dwangbevel het openstaande bedrag van de rekening van de betrokkene/veroordeelde af te schrijven. Voor de betrokkene/veroordeelde bestaat de mogelijkheid van verzet wanneer deze het niet eens is met de tenuitvoerlegging van een dwangbevel (en het toepassen van verhaal zonder dwangbevel).

De afdeling Juridisch Advies van de unit Juridische Zaken en Uitvoeringsbeleid (JZU) schrijft ter ondersteuning van de officier van justitie commentaren op ontvangen verzetschriften. Uiteindelijk neemt de rechter een beslissing over het verzet aan de hand van het verzetschrift, het commentaar en de eventuele mondelinge toelichting.

Instroom

Het percentage gegronde verzetschriften voor administratieve sancties Wahv in 2010 bedroeg 14,8%. Het percentage gegronde verzetschriften voor boetevonnissen in 2010 bedroeg 12,4%.

© kris kras design